Transactionele communicatie: Het orkest in je hoofd aan het werk

Spookt het ook wel eens in jouw hoofd? Haal een moment terug waarin je stond voor een lastige beslissing. Gedachten kunnen dan gaan rondzingen: ‘Aan de ene kant zou ik dit kunnen doen, maar aan de andere kant…’ Als dit proces een loopje met je lijkt te gaan nemen, noemen we het ‘piekeren’. Op zich er is niets mis met dit piekergedrag. Eigenlijk is het een functioneel proces om een probleem, en de daaraan gekoppelde actie om het op te lossen, vanuit meerdere kanten te beschouwen. Ondertussen is de kermis in je hoofd hard aan het werk: ‘Aan de ene kant wil ik dit, maar toch doe ik weer dat…’ Je bent op jezelf aan het reflecteren. Maar wie of wat is dan dit zelf? En wie of wat neemt dan de uiteindelijke beslissing?

Het fenomeen van piekeren: Gedachten die blijven rondzingen

Filosofen, psychologen, therapeuten, velen hebben zich al over dit intrigerende thema gebogen. Uiteindelijk heeft dit geresulteerd in diverse verklaringsmodellen. Een model is altijd een beperkte, soms metafore, weergave van de werkelijkheid. Of zouden we hier moeten zeggen ‘een vorm van werkelijkheid’?  Het lijkt alsof er meerdere personen aan het werk zijn in ons hoofd en zich bemoeien met de aankomende beslissing. Het woord persoonlijkheid is oorspronkelijk afgeleid van ‘Persona’ dat masker betekent. Een persoonlijkheid kent vele gezichten en standpunten. Onze persoonlijkheid is te bezien als een orkest met vele instrumentalisten. Een goed op elkaar ingespeeld orkest heeft een dirigent aan het hoofd. Deze dirigent wordt ook wel de ‘autonome ik‘ genoemd. Er zijn diverse psychologische en therapeutische methodieken die hier een handvat kunnen bieden. Een aantal daarvan zijn bijvoorbeeld de Voice Dialogue, Inner Child Work en de Transactionele Analyse (Ouder – Volwassene – Kind). Deze methoden hebben meer met elkaar gemeen dan dat ze van elkaar verschillen. De kern draait rondom het fenomeen dat je jezelf in de verschillende polen (orkestleden) kunt verplaatsen en ze een oprechte stem geeft en er ook naar luistert.

Verklaringsmodellen voor de complexiteit van de innerlijke stemmen

Elk orkestlid is onderweg ergens in je leven op de bühne verschenen met een positieve intentie. Om je te helpen een lastige tijd door te komen zonder al te veel kleerscheuren. Tegen een aantal van deze delen hebben we soms de neiging ontwikkeld om ze niet onder ogen te willen zien of om ze ver weg te stoppen in de krochten van onze geest. Carl Jung sprak in deze context over een schaduwzijde die ieder mens heeft. In het kader van persoonlijke ontwikkeling (mooi hè in dit perspectief?) is het een levenstaak om tot groei te komen om de communicatie met deze schaduwkant aan te gaan, de positieve intenties te analyseren en doorvoelen en begrijpen dat je sommige van deze delen niet meer nodig hebt. Je bent ondertussen zelf al een stuk gegroeid en je hebt vaak meer vaardigheden dan dat je direct zelf beseft. Zo wordt de ‘autonome ik’ steeds meer zelfstandig en hoef je ook minder te piekeren, te wikken en te wegen en soms te lang blijven hangen in de energie slurpende modus van ‘wat nu?’

Het orkest van de persoonlijkheid: Gezichten en standpunten

Bovenstaand verhaal klinkt wellicht soms wat zweverig, maar er is ook een neuropsychologische kant aan het verhaal. Zintuiglijke prikkels komen binnen in de hypothalamus en via de amygdala wordt een quick scan gemaakt van een situatie: ‘Is dit pluis of niet pluis?’. Dit is grotendeels gebaseerd op de kaartenbak van je eerdere ervaringen. Is het pluis, dan schakelt je zenuwstelsel in de rust en herstelstand: de parasympaticus wordt dominant. Krijgt de situatie het predicaat niet pluis, dan schakelt je autonome zenuwstelsel naar de orthosympatische stand en start de stressreactie.

De autonome ik als dirigent van het innerlijke orkest

De eerste fase van de stressrespons is meestal de alarmfase. Deze fase heeft als hoofdkenmerk ‘analyse’. Wat is er aan de hand, heb ik zoiets eerder meegemaakt, wat heb ik toen gedaan en wat was het resultaat daarvan? Zeker als een gebeurtenis niet acuut en heel bedreigend is, kan het even duren voordat de analyse (het piekeren) wordt afgesloten en je ergens voor gaat. Tegenwoordig weten we dat nóg een groot waarnemingssysteem in dit soort situaties een belangrijke rol speelt: de nervus vagus (de tiende hersenzenuw) en de nervus pelvicus (de grote bekkenzenuw: minstens net zo groot en belangrijk als de nervus vagus maar dan tot diep in onze bekkenbodem). Noem dit maar je onderbuikgevoel. Hier ligt een mooie connectie naar ons fasciale bindweefsel, naar blijkt het meest receptorenrijke weefsel in ons lichaam. Dat heeft ook het lot moeten ondergaan van wegsnijden en wegcijferen. Net zoals we soms doen met onze persoonlijkheidsdelen.

In verbinding blijven met jezelf: Workshop Werken met persoonlijkheidsdelen

Ons advies: blijf in verbinding! Welk model je daarvoor gebruikt, is aan jou. In de workshop werken met persoonlijkheidsdelen leer je meer hierover.